Deventer was eeuwenlang een van de belangrijkste handelssteden van de Lage Landen. Kooplui uit Noord-Duitsland, Scandinavië en de Oostzee deden de stad aan, en de IJssel was de snelweg waarover dat ging. Wie weet waar hij moet kijken, ziet dat verleden nog overal in het straatbeeld terug.
Waarom juist hier
De ligging aan de IJssel maakte Deventer tot een logische stapelplaats. Goederen die over de rivier kwamen konden hier overgeslagen worden op wegen naar het achterland, en andersom. Toen de Hanze opkwam, een samenwerkingsverband van handelssteden rond de Noord- en Oostzee, hoorde Deventer daar vanzelfsprekend bij.
De stad was in die eeuwen groter en belangrijker dan veel steden die nu bekender zijn. De jaarmarkten trokken kooplui uit heel Noord-Europa en de handel liep van laken en bier tot vis, hout en graan.
De Brink als handelsplein
Het grootste bewijs staat midden in de stad. De Brink werd in de late middeleeuwen aangelegd als marktplein en is nog steeds langgerekt en breed, precies zoals een handelsplein moest zijn. Rondom staan de panden dicht op elkaar, want grond aan het plein was duur.
Onder een deel van die panden liggen nog altijd middeleeuwse kelders, waarin koopwaar werd opgeslagen. Dat is het soort spoor dat je vanaf straat niet ziet, maar dat wel de reden is dat de gevels staan waar ze staan.
De Waag
Aan de Brink staat het waaggebouw, waar alle handelswaar gewogen moest worden voordat er zaken gedaan mochten worden. Het geldt als het oudste waaggebouw van Nederland en is nu het stadsmuseum. Een gebouw als dit bouw je alleen als er genoeg te wegen valt, en dat zegt genoeg over de omvang van de handel.
Kerken en boeken
Handelssteden werden rijk, en rijke steden bouwden kerken. De Grote of Lebuïnuskerk aan het Grote Kerkhof is daar het resultaat van, met een toren die de hele stad domineert. De Bergkerk op de rivierduin is nog ouder van oorsprong.
Deventer werd daarnaast een centrum van geleerdheid en boekdrukkunst. De stad had een van de belangrijkste Latijnse scholen van de Nederlanden en behoorde tot de vroegste drukkersplaatsen van het land. De Athenaeumbibliotheek, de oudste stadsbibliotheek en tevens de oudste openbare wetenschappelijke bibliotheek van Nederland, komt rechtstreeks uit die traditie voort.
Sporen die je zelf kunt vinden
- De trapgevels en zandstenen sierlijsten aan de Brink en in de Bergstraat
- Het Penninckshuis met de beelden van de deugden in de gevel
- De kelderingangen onder straatniveau, herkenbaar aan de trappetjes
- Het Bergkwartier, dat het middeleeuwse stratenpatroon nog volledig heeft
- De kade aan de IJssel, waar de schepen aanlegden
- Straatnamen die naar oude ambachten en handelswaar verwijzen
Het einde van de bloeitijd
De Hanze verloor haar betekenis toen de handel zich verplaatste naar de zeehavens in het westen en de IJssel steeds verder verzandde. Deventer werd een provinciestad en de grote bouwprojecten stopten. Dat klinkt als verlies, maar het is precies de reden dat er zoveel bewaard is gebleven.
Waar rijkere steden hun middeleeuwse binnenstad in latere eeuwen afbraken en opnieuw opbouwden, gebeurde dat hier veel minder. In de vorige eeuw werd het Bergkwartier grondig gerestaureerd in plaats van gesloopt, en dat besluit bepaalt tot vandaag hoe de stad eruitziet.
Deventer en de andere Hanzesteden
Langs de IJssel liggen meer steden met hetzelfde verleden, van Zutphen en Doesburg in het zuiden tot Zwolle, Hattem en Kampen in het noorden. Ze zijn met elkaar verbonden door fiets- en vaarroutes en lijken sterk op elkaar, met dezelfde soort pleinen, kerken en kades.
Een dag Deventer laat zich dus makkelijk uitbreiden naar een tocht langs de rivier. De onderlinge afstanden zijn klein en het landschap ertussen is het halve plezier.
Het Hanzeverleden is in Deventer geen museumstuk maar de plattegrond waar de stad nog altijd op draait. Loop een keer met dat in je achterhoofd door de binnenstad, dan zie je een heel andere stad dan de eerste keer.


