De Deventer sportverenigingen en hun vrijwilligers

De Deventer sportverenigingen en hun vrijwilligers

De gemeente Deventer telt meer dan honderd sportverenigingen, verspreid over de stad en de dorpen. Bijna allemaal draaien ze op mensen die er niets voor betaald krijgen. Zonder die groep zou het overgrote deel van het sportaanbod in de gemeente simpelweg stilvallen.

Wat vrijwilligers eigenlijk doen

De zichtbare taken zijn maar een klein deel van het werk. Onder de oppervlakte gaat het om een lange lijst.

  • Trainen en coachen van jeugdteams
  • Fluiten en jureren bij wedstrijden
  • Kantinediensten en schoonmaak
  • Ledenadministratie, contributie en verzekeringen
  • Onderhoud van velden, kleedkamers en materiaal
  • Sponsorwerving en het aanvragen van subsidies
  • Vervoer naar uitwedstrijden

Bij een club met een paar honderd leden loopt dat al snel op tot duizenden uren per jaar. Bij de grotere verenigingen zijn er commissies voor onderdelen die bij een bedrijf een aparte afdeling zouden zijn.

De kantine als motor

Voor de meeste verenigingen is de kantine niet alleen een ontmoetingsplek maar ook de belangrijkste eigen inkomstenbron. Contributie dekt zelden alle kosten, dus wat er op zaterdag over de bar gaat, betaalt mee aan ballen, lijnen, verlichting en onderhoud.

Dat verklaart ook waarom clubs zo aandringen op bardiensten. Het is geen bijzaak maar een deel van het verdienmodel.

Omniverenigingen in de dorpen

In de dorpen rond Deventer zijn de verenigingen vaak breder dan één sport. ABS in Bathmen is daar een goed voorbeeld van, met afdelingen voor onder andere voetbal, handbal, volleybal, badminton, gymnastiek, judo, hardlopen en zwemmen onder één vereniging.

Zo’n omnivereniging heeft een dubbele rol. Het is de sportaanbieder van het dorp én het sociale middelpunt, waar bestuur, kantine en accommodatie door alle afdelingen worden gedeeld.

Zwembaden die op vrijwilligers draaien

Het vrijwilligerswerk beperkt zich niet tot verenigingen. De openluchtbaden De Boskoele in Diepenveen en De Looërmark bij Bathmen leunen sterk op inzet uit de omgeving. Toezicht, kaartverkoop, onderhoud en de kantine worden er grotendeels door bewoners gedaan.

Dat is de reden dat die baden er nog zijn. Een klein buitenbad is commercieel zelden rendabel, maar met genoeg lokale betrokkenheid blijft het overeind.

Waarom het lastiger wordt

Verenigingen in heel Nederland merken dat mensen zich minder graag voor lange tijd vastleggen. Een bestuursfunctie voor vier jaar vinden is moeilijker dan tien mensen vinden die elk één zaterdag willen draaien. Veel clubs verdelen taken daarom in kleinere brokken.

Dat is voor nieuwkomers juist goed nieuws. Je hoeft geen jarenlange verplichting aan te gaan om nuttig te zijn.

Clubs helpen elkaar

Verenigingen in de gemeente werken op onderdelen samen, bijvoorbeeld door teams te combineren als er te weinig spelers in een leeftijdsgroep zijn, door accommodaties te delen of door gezamenlijk vrijwilligers te werven. Ook de gemeente en het sportbedrijf ondersteunen clubs met advies en met programma’s.

Zelf iets doen

Je hoeft geen ervaring te hebben en je hoeft de sport niet zelf te beoefenen. Clubs zoeken mensen die kunnen tellen, koffie kunnen zetten, een website kunnen bijhouden of gewoon op tijd zijn. Meld je bij de vereniging in je wijk of dorp en vraag wat er nodig is.

Een overzicht van de verenigingen in de gemeente staat op sportindeventer.nl, waar ook informatie te vinden is voor clubs die ondersteuning zoeken.

Wat het oplevert

Vrijwilligerswerk bij een club wordt vaak gepresenteerd als een plicht, maar er staat het nodige tegenover. Je leert mensen uit je wijk of dorp kennen die je anders nooit zou spreken, je bouwt ervaring op die elders bruikbaar is en je hebt een reden om er elke week te zijn.

Voor ouders is er nog een praktisch voordeel. Wie zelf een taak heeft, weet beter wat er speelt bij het team van zijn kind en heeft eerder contact met de trainer.

Beginnen met een klein stukje

De makkelijkste eerste stap is één losse taak, bijvoorbeeld een keer per maand een bardienst of het rijden naar een uitwedstrijd. Vrijwel elke club neemt dat met beide handen aan.

De sportinfrastructuur van Deventer ziet er stevig uit, met parken, hallen en baden verspreid over de gemeente. Maar de gebouwen zijn het makkelijkste deel. Wat het echt laat werken zijn de mensen die er elke week hun vrije tijd in steken.