De Adelaarshorst, een van de oudste stadions van Nederland

De Adelaarshorst, een van de oudste stadions van Nederland

Wie voor het eerst naar De Adelaarshorst loopt, verwacht meestal iets anders. Geen groot complex aan een afrit, maar een stadion dat gewoon in een woonwijk staat. Het is in 1920 in gebruik genomen en staat er nog altijd op precies dezelfde plek.

Gebouwd na een landstitel

Het plan voor een eigen stadion ontstond nadat Go Ahead in 1917 voor het eerst landskampioen was geworden. Een club die op dat niveau speelde, kon niet blijven rondtrekken over gehuurde velden. Het stadion verrees aan de oostkant van de stad, aan de Vetkampstraat, en werd in 1920 geopend.

Sindsdien is er verbouwd, uitgebreid en vernieuwd, maar nooit verplaatst. Daarmee hoort De Adelaarshorst bij de kleine groep Nederlandse voetbalstadions die al meer dan honderd jaar op dezelfde grond staan.

Vier tribunes met elk een eigen naam

Het stadion telt vier tribunes en die worden allemaal bij hun eigen naam genoemd.

  • De hoofdtribune, met de skyboxen en de perstribune
  • De Brinkgreverwegtribune, in de volksmond de B-Side
  • De IJsseltribune
  • De Leo Halle tribune

De capaciteit ligt rond de tienduizend plaatsen. Dat is fors minder dan in de jaren zestig, toen er nog grote staanvakken waren en er op papier een veelvoud in kon. Zitplaatsen, veiligheidseisen en ruimte voor voorzieningen hebben het aantal in de loop der jaren teruggebracht.

Leo Halle, de enige speler met een tribune

Van de vier tribunes draagt er één de naam van een speler. Leo Halle werd in Deventer geboren, keepte voor Go Ahead in de jaren dat de club landskampioen werd en speelde daarnaast vaak in het Nederlands elftal. Voor de club is hij lange tijd recordinternational geweest.

Bij het stadion staat ook een standbeeld van hem. Voor supporters is dat een vanzelfsprekend ontmoetingspunt geworden, ook voor mensen die hem nooit hebben zien spelen.

Waarom het zo dicht op het veld voelt

De tribunes staan opvallend kort op het speelveld. Er is nauwelijks ruimte tussen de zijlijn en de eerste rij, en er ligt geen atletiekbaan of brede zone omheen. In Nederland wordt dat type stadion vaak Engels genoemd, omdat het herinnert aan de oudere grounds in Engeland.

Dat heeft gevolgen voor het geluid. In een compact stadion met tribunes aan alle vier de zijden blijft het geluid hangen in plaats van weg te waaien. Bezoekers merken het meestal als eerste op, nog voor ze iets over het voetbal zeggen.

Een stadion tussen de huizen

Rondom het stadion liggen gewone straten met gewone woningen. Sommige huizen staan bijna tegen de tribunes aan. Dat betekent smalle toegangswegen, weinig parkeerruimte en een wijk die op wedstrijddagen letterlijk vol loopt met publiek.

Voor bewoners hoort dat erbij, maar het vraagt wel iets van bezoekers. Rustig rijden, fietsen netjes wegzetten en niet voor een uitrit parkeren zijn geen overbodige verzoeken in deze straten.

Een oud stadion met moderne eisen

Een stadion van meer dan honderd jaar oud moet toch voldoen aan de eisen van vandaag. Dat betekent zitplaatsen in plaats van staanplaatsen, brede vluchtwegen, camerabewaking en voorzieningen die bij de bouw niemand voor ogen had.

Elke verbouwing is daardoor een afweging. Meer stoelen betekent minder ruimte, en meer comfort betekent bijna altijd minder capaciteit. Dat De Adelaarshorst ondanks al die aanpassingen zijn karakter heeft behouden, is voor supporters een belangrijker gegeven dan het exacte aantal plaatsen.

De ligging beperkt bovendien wat er mogelijk is. Uitbreiden kan alleen omhoog of naar binnen, want rondom staan huizen. Dat is precies wat het stadion zijn vorm geeft.

Het complex buiten de wedstrijden om

Een stadion dat maar een deel van het jaar gebruikt wordt voor wedstrijden, staat de rest van de tijd niet leeg. Er zitten kantoren, vergaderruimtes en zakelijke voorzieningen in het gebouw, en doordeweeks wordt er gewoon gewerkt. Wie wil weten wat er verder mogelijk is, kan dat het beste rechtstreeks bij de club navragen.

De aantrekkingskracht van De Adelaarshorst zit niet in de omvang en ook niet in moderne snufjes. Het zit in de combinatie van ouderdom, ligging en schaal. Een stadion dat nooit is weggegaan uit de wijk waar het ooit werd neergezet, blijft anders voelen dan een nieuwbouwarena aan de snelweg.